De liefde voor de verbouwing gaat door de maag

Het is april 2006. Ons oude koffiezetapparaat pruttelt de hele dag. Kilo’s suikerklontjes, kuipjes koffiemelk en plastic roerstaafjes gaan er doorheen. En flessen cola. De baas van de dichtstbijzijnde supermarkt is altijd weer blij ons te zien. We willen goed voor onze mannen en de enige vrouw zorgen. Dat zit ons in het bloed en daarom zijn we aan het project L’Auberge du Notaire begonnen. Dan krijgt Mart een geniaal idee, wat ons nóg gemotiveerdere mensen oplevert en zonder dat we het op dat moment weten: positieve publiciteit.

4 flessen cola per dag
Eten. Dat is het sleutelwoord. Elke dag kijken we met verbazing naar de inhoud van de koelboxen van onze mensen. Kannen koffie, hete soep, zakken brood, salades en kazen voor op het brood, lepels, vorken, messen, fruit, yoghurtjes, snoep, blikjes frisdrank en koeken. Eén van de schilders eet een pak ChocoPrins per dag, die hij in zijn koffie doopt. Onze Harry Potter (de elektricien) en de baas van de schilders zijn samen goed voor vier flessen cola van 1,5 liter per dag. De mannen dragen hun vrouwen op om voor het fruithapje bananen mee te geven. Van de timmerman heb ik namelijk geleerd dat bananenschillen goede mest zijn voor de rozen. De tuin kan ook wel een opknapbeurt gebruiken, dus alles wat de tuin doet opbloeien is welkom. Ik krijg zo’n vijf schillen per dag.

Lunchen bij de notaris
Naarmate de verbouwing vordert, blijven de kannen koffie thuis. Net zoals de blikjes frisdrank. Wij zorgen ervoor dat de mensen te drinken krijgen. En zo af en toe halen we chocoladecroissants bij de bakker, als extraatje. Het hele huis staat op zijn kop, er is behoefte aan afstemming en niet alle mensen nemen tegelijkertijd pauze. Mart komt met het idee dat legendarisch wordt onder onze mensen: op donderdag is het lunchen bij de notaris. Vanaf dat moment koken we elke donderdag voor onze mensen een maaltijd op ons tweepits campinggasfornuis. Elke week een andere ruimte om in te koken, want overal moet gewerkt worden. Vanaf een uur of elf geurt het huis naar eten en stijgt de stemming onder onze mensen. Om half één gaan we allemaal aan tafel waar we nooit genoeg stoelen voor hebben en waar koelboxen worden gedeeld als kruk. Wat zijn het geweldige momenten die donderdagmiddagen. Samen eten, samen lachen over alles wat er tijdens andere klussen allemaal fout ging. En ja, de mensen gingen overleggen en afstemmen. Het liep als een geoliede machine. Hoogtepunt van de donderdagen was wel de barbecue in de tuin. Mart had saté gemaakt met pindasaus, totaal onbekend hier. Maar wat genóten de mensen ervan!

Alleen nog maar op donderdag
Wie hier enkele dagen per week werkte, zorgde ervoor dat hij er op donderdag was. En tot in Malmedy (25 km verderop) werd over de fameuze donderdagen gesproken. De mannen van het dak kwamen onze schilder tegen: ‘hé werk jij ook alleen nog maar op donderdag bij L’Auberge du Notaire?’ Maar het mooiste compliment kregen we van onze schilder: ‘Ik had het er niet zo op om bij Nederlanders te gaan werken. Jullie staan hier bekend als ‘diknekken’. Dat imago hebben jullie volledig doorbroken.’

Dat speelde zich allemaal af in 2006. Ik maak een sprong in de tijd naar juni 2007. We zijn bijna een jaar open en we zijn bezig met de aanleg van het terras. Onze Harry Potter is er weer, we willen tenslotte ook licht buiten. En het is donderdag. We maken een grote pan spaghetti, een salade en er is brood. Samen eten we onder de grote lindeboom in de tuin. Het regent, maar onder het bladerdak is het droog. Het is weer net als vorig jaar. Eten, lachen en discussiëren over niks. Ik voel me volmaakt gelukkig.

April 2006 en juni 2007