Ook onze Harry kan toveren

Harry Potter bestaat. Ook in Wallonië. Hij heeft weliswaar een ander uiterlijk dan de Harry die we kennen van de boeken en de films. Er zijn drie overeenkomsten die de Waalse Harry heeft met de Engelse Harry: zwart haar, brildragend en de allerbelangrijkste: ook onze Harry kan toveren. Daarvoor gebruikt hij geen toverstaf, maar zijn inzicht in de wereld van de elektriciteit. Hij heeft niet de lieflijke Hermelien naast zich maar een stel ruwe bolsters, zonder golvend haar maar met grove handen én pit. Het grote verschil tussen de Engelse Harry en onze Harry is dat de Engelse Harry populair is en iedereen blij is hem te zien, met hem op de foto wil en hem smeekt om een handtekening. Ik ben niet altijd blij als onze Harry er is.

Sleuven slijpen

Onze Harry doet de elektriciteit. En de brandveiligheid. Hij heeft een plannetje gemaakt samen met Mart, maar eigenlijk doet hij alles uit zijn hoofd. De manier waarop hij dat doet verdient de naam Harry Potter; magiër in elektriciteit. Zou het goed doen op zijn visitekaartje. Kilometers nieuwe bekabeling liggen klaar in de hal. Maar om die te plaatsen, hebben we sleuven nodig. Heel veel sleuven. En er is nog iets: onze Harry slijpt die het liefst als alle andere profs er niet zijn. Op de dagen dat wij uitgeteld in het café willen zitten, weg van de rotzooi. Denk aan de zaterdagen, zondagen en de feestdagen. Maar omdat ik graag wil dat L’Auberge du Notaire zo snel als mogelijk open kan, houd ik mijn mond.

Ademhalen wordt topsport

Zijn vader, zwager en enkele stagiairs van Zweinstein staan voor de deur, gewapend met joekels van slijpmachines. Zonder stofzakken. Als ik aan onze Harry vraag waarom hij zonder stofzakken werkt, zegt hij: ‘dat kost te veel tijd’. Basta. En daarmee begint de nachtmerrie. Hij tovert het pand in één dag om tot een stofwolk waardoor je struikelt over de rotzooi en ik Mart nauwelijks kan onderscheiden van Harry. Het gejank van de slijpmachines maakt met elkaar praten onmogelijk en het fijne stof dat door het hele gebouw dwarrelt, maakt ademhalen topsport. Alles is bedekt met een dikke laag fijn stof en de eigenschap van fijn stof is dat het overal in kruipt. Dus ook in onze slaapzakken, in ons ondergoed, in onze tandenborstels, in onze potten en pannen. En in mijn oren, ogen, neus en mond. Ik begin met niezen en houd niet meer op.

Veel pijn in korte tijd

Tot het moment dat onze Harry met het slijpen van de sleuven begon, vond ik de verbouwing een prachtig project. Het schoot op én de bouwvakkers zijn leuk. Maar met de komst van de machines van onze Harry hield voor mij het lachen op. Ik eet stof, ik drink stof en ik slaap in stof. Jammer, maar we hebben vandaag geen warm water om te douchen.
De beelden van mezelf in een vorig leven nestelen zich in mijn hoofd. Netjes in pak achter het bureau, lunchen op zonnige terrassen met vrienden, onderuit op de bank met een glas wijn. Dat is allemaal ver weg en tranen prikken achter mijn ogen. Ik ben het zat. Ik ben het zat om in die troep te leven, ik ben het zat om meer tijd te leven met andere mannen dan met de mijne.

Onze Harry ziet me tobben, matig glimlachen en mijn best doen niet te janken. Dat is lastig voor Harry, want hij wil alleen maar met Mart ‘zaken doen’. Ik heb hem wel eens gevraagd: ‘Harry, als ik een vrouw alleen was, hoe moest het dan? Zegt hij doodleuk: ‘Dan werkte ik hier niet’, gevolgd door zijn beroemde schaterlach. Ook al heeft Harry geen tijd om stofzakken aan zijn machines te plakken en wil hij met mij geen ‘zaken doen’, neemt hij twee minuten tijd om me uit te leggen dat hij expres met zoveel mensen komt. Dan gaat het snel. Veel pijn in een zo kort mogelijke tijd zeg maar. En het is waar. Even dikke tranen en een zoen van onze Harry doen wonderen. Ik denk dat ik straks toch maar om een handtekening vraag en ik wil ook best met hem op de foto.

Monique van Schijndel, april 2006