Van bouwvakker tot gastvrouw

Nog 2 weken en dan is het 1 juli 2006. Dan is L’Auberge du Notaire open. Tenminste dat hebben we afgesproken met de bouwvakkers en dat staat op onze website. De eerste reserveringen komen binnen. Er is alleen nog één probleem: we zijn niet klaar. Daarmee bedoel ik niet dat hier en daar nog een lampje moet worden opgehangen; we zijn écht niet klaar.

 
We voelen de tijd in onze nek hijgen. De schilders merken dat ook en dus werken we die laatste weken als gekken om de magische datum van 1 juli te halen. Elke nacht gaan we later naar bed en elke ochtend staan we vroeger op. Ik ben moe en meer dan dat. Op 27 juni is Mart jarig en om middernacht drinken we een glas rosé met de schilders.
Nog 3 dagen.

Nog 21 uur
Gelukkig staat de 1e reservering ‘pas’ gepland op 8 juli, want 1 juli halen we niet. Een week extra tijd, die we alsnog hard nodig hebben. Op 7 juli hebben we nog een invasie van werklui: Harry komt de lampen hangen, de timmerman moet een slot maken in een gastenkamer waarvan we opeens de sleutel kwijt zijn. Wat een chaos. Nog 21 uur te gaan. Ik heb er behoefte aan dingen af te zien, daarom sluit ik de deuren van de eetkamer. Schoon is het al maar het meubilair staat nog her en der in het plastic. Samen met Mart krijg ik het voor elkaar dat in een uur tijd alles op zijn plek staat en er witte tafellopers op de tafels liggen. Haastig knip ik rozen uit de tuin: dus de tafeldecoratie is ook klaar. Hup, deuren dicht en verder. De kamer van de gasten. Het is de enige kamer die helemaal klaar zal zijn als de eerste gasten komen. We werken tot half vier ’s nachts. En de hal is niet af.

De gasten zijn er
De schilders struikelen enkele uren later het gebouw weer binnen over de wallen die donker aftekenen onder hun ogen. De laatste stukken behang worden geplakt in de hal.
Ik heb de trap schoongemaakt en gooi het water weg in het putje in de tuin. De schilder roept: ‘Monique! De gasten!’ Het zweet breekt me uit en ik loop de hal in, waar de schilder bezig is de deur in het toilet te hangen. Ik stel me aan de gasten voor, lieg dat de schilders bijna klaar zijn en loods de gasten de eetkamer de tuin in. Gelukkig, ze vinden het mooi. 

Als de gasten na een kopje koffie een wandelingetje door het dorp Vielsalm gaan maken, weet ik niet wat ik zie. In een mum van tijd is de hal opgeruimd en schoongemaakt. Wat een opluchting.

Bouwvakker af
Vanaf nu ben ik dus gastvrouw. Vermoeidheid maakt plaats voor trots. Trots op het resultaat van maanden intensief bouwvakken. Maar tegelijkertijd besef ik ook dat ik bouwvakker af ben. Die jas is me in de loop van de verbouwing lekker gaan zitten. En ik weet nog heel goed hoe zeer ik het heb gemist dat ’s ochtends mijn mannen niet kwamen.

Monique van Schijndel, juli 2006